.

Een hele tijd geleden had ik het er over dat een vriendin me had gevraagd voor haar een kruidentuintje aan te leggen.
De plek die ze ervoor bestemd heeft, is een oude gemetselde ‘koude bak’ die tegen een muur aanligt. Het deel van de tuin waar de bak ligt, heeft ‘binnenplaats-achtige allures, want is aan vrijwel alle zijden ingesloten, meestal door muren. Tesamen met het feit dat de bak wat verhoogd is ten opzichte van de rest van de tuin (en daardoor snel een tikkeltje droger zal zijn), maakt dit het kruidentuintje vooral geschikt voor een meer meditterane plantengroei: de bak ligt – zoals een goeie koude bak betaamd – georiënteerd op het zuiden, en de muur aan de noordkant zal de zonnewarmte nog eens extra reflecteren. Ook de ingesloten ligging beschermd de planten tegen koude winden, en zal ook het risico op vorstschade wat beperken.
Ten westen van de bak staat een grote buxusstruik, van ruim een meter doorsnede en anderhalve meter hoogte. Hierdoor ligt het linkergedeelte van de kruidentuin al kort na de middag in de schaduw, en daar komen dan planten die schaduw verlangen of minstens tolereren, en – net zoals de mediterrane planten die in de rechterhelft van de bak komen – toch ook weer niet al te hoge eisen stellen aan de voedingswaarde van de bodem. (Nu is een te rijke bodem in mijn regio niet snel een probleem: we wonen hier in de ‘onvruchtbare’ want zanderige Kempen.)

Het tuintje wordt mijn vriendins eerste kruidentuin, en dan raadt ik aan in de eerste plaats te opteren voor culinaire kruiden. Die kan je immers het vaakst en het meest direct gebruiken, en daar ben je gewoon al het best mee vertrouwd.
Kruiden die je dan kan kiezen zijn:
Roosmarijn Voor culinair gebruik is eigenlijk vrijwel elke cultivar geschikt (wrijf voor het aroma eerst even een paar naalden tussen je vingers fijn vooraleer te kopen… sommige cultivars ruiken harsachtiger dan andere). Houdt er wel rekening mee dat een roosmarijnstruik flink uit kan dijen: de mijne is door de jaren heen een meter hoog geworden, maar wel ruim een meter breed (doordat takken die de grond raken geworteld hebben, en de ene struik nu eigenlijk een reeks van een drietal struiken is geworden). Je kan de hoogte, maar vooral de breedte wel goed in toom houden door een drastische snoei (maar let op dat je nooit zoveel wegsnoeit, dat er aan een tak geen groene blaadjes meer zitten).
De kruipende vormen zijn erg mooi, dat moet ik toegeven, maar de kruipers onder de Roosmarijnen zijn minder winterhard, en durven wel eens het loodje leggen bij aanhoudende vorst (bij mij heeft nog geen enkele zijn eerste winter overleefd).
Tijm Als je moet woekeren met plaats, dan houd je het bij een struikje ‘Thymus vulgaris’, de echte tijm, die je als kleine bolvormige struikjes zelfs in de groentenafdeling van de supermarkt vindt. Heb je iets meer plaats, dan zou ik aanraden ook een citroengeurende tijm te planten, bijvoorbeeld Thymus x citriodorus. Is ruimte echt geen probleem, en ben je een beetje avontuurlijk aangelegd, plant dan bv ook een karweitijm (Thymus herba-barona).
Oregano De Wilde marjolein (Origanum vulgare) is wat scherper van smaak dan de echte marjolein (Origanum majorana), maar is betrouwbaarder winterhard, en daardoor voor een beginnende kruidentuinier een betere keuze…
Salie De meeste saliestruikjes die je in de kruidenafdeling van een tuincentrum vindt, zijn de breedbladige Salvia officinalis ‘berggarten’. Hoewel die wat betrouwbaarder winterhard heet te zijn, dan de ‘gewone’ Salvia officinalis of de Salvia officinalis ‘purpurascens groep’ (paarsbladig), zou ik je eerder die twee laatsten aanraden: zelf heb ik in de koude Kempen nog maar zelden een Salvia door vorst verloren, en het feit dat de breedbladige ‘Berggarten’ nauwelijks tot bloeit komt vind ik een gemis, want Salie heeft zo’n mooie bloemen….

Niet meer mediterraan, maar ook de volgende kruiden mogen niet ontbreken in een kruidentuintje:
Bieslook, en als je er de plaats voor hebt eventueel ook chinees bieslook en knoflook.
Basilicum. Let hierbij op: we denken veel te snel dat Basilicum een mediterrane plant is, en ‘dus’ weinig water en veel zon nodig heeft. Maar het is in werkelijkheid een plantje uit subtropische streken. Daarom kwijnt het al weg als de temperatuur onder vijf graden daalt (wacht dus echt tot eind mei met het buiten zaaien of planten!), en bovendien heeft het echt wél behoefte aan regelmatig een flinke slok water, zonder dat het daarom continu natte voeten moet hebben.
Dragon. Proef hiervan een blaadje voor je hem koopt: In de handel vind je enerzijds de zeer aromatische Franse dragon, anderzijds de veel sterkere Russische dragon, die echter nauwelijks geur of smaak heeft. De Russische heeft als kruid nauwelijks waarde, de Franse is een tamelijk fragiel plantje, dat wellicht de winter niet overleefd… Het is dus, net als basilicum waarschijnlijk een kruid dat je elk jaar opnieuw zal aankopen…
Peterselie. Wordt best (tijdig) voorgezaaid. Peterselie kiemt erg traag, en vaak kiemt maar een deel van het zaad…
Peterselie is tweejarig, maar wordt vooral in het eerste jaar gebruikt.
Koriander Een erg kortlevende eenjarige plant…. Een maand of drie na de eerste zaai is de plant al uitgebloeid en heeft zaad gevormd. Om de hele zomer door het blad te kunnen gebruiken zaai je dus best om de twee tot vier weken….
Kervel Ik heb ‘gewone’ kervel in de groententuin, en roomse kervel, een vaste plant, in een schaduwborder. In een kruidentuin met voldoende schaduw is die Roomse kervel zeker ook op zijn plaats.
Lavas. Een plant die wel een wat rijkere bodem verlangt. Niet elke kruidentuin is er daarom geschikt voor, zelf heb ik de lavas in de groententuin staan, vlak bij de composthoop.

Het rijtje hierboven is natuurlijk niet volledig of beperkend: Kruiden die je niet lekker vind, die plant je niet, en planten die ik niet noem, maar voor jou onmisbaar zijn, die plant je wel aan…
In de komende weken/maanden vertel ik ook wat meer over hoe je langzaamaan meer medicinale kruiden aan je (kruiden)tuin kan toevoegen…