Aanvankelijk had ik vandaag niet erg veel inspiratie, en bovendien heb ik de voorbije dagen geen fotootjes van (on)opvallende plantjes gemaakt die ik hier kon laten zien.
Ik speelde met de gedachte om wat over de brandnetel te schrijven – de soepgroente bij uitstek van dit ogenblik immers – maar dat leek zo op het ‘imiteren’ van een recente posting in de blog ‘Helygen Celli’ van Serena.

Maar ik heb dus besloten om het toch te doen… Er is immers (nog) meer te vertellen dan je in dat overigens heel lezenswaardige artikeltje vindt.

Eigenlijk is de brandnetel – tot je haar aanraakt – een erg onopvallende plant, met haar donkergroene blad en grijzig-groene bloemen… En (jawel hoor, je hoort me al komen) tegelijk vind ik het eigenlijk een mooie plant… Als ze niet zo prikte en woekerde, zou de plant wellicht best gewaardeerd worden als achtergrondplant in borders. (Zo beweer ik al jarenlang, dat wanneer de paardenbloem een moeilijk te kweken plant was, je er bij het tuincentrum om de hoek veel geld voor zou betalen… Eigenlijk is het een beauty!)

En als de oppervlakte van je tuin het toestaat, verdient de plant toch een plekje, ergens in een verloren hoekje. Niet alleen het je er in het vroege voorjaar een groente bij waar je alle kanten mee op kan, maar ook de vlinders in je tuin zullen je er dankbaar voor zijn.

Polygonia c-album on plumblossom - Gehakkelde Aurelia op Pruimenbloesem
Sommige rupsen lusten letterlijk geen enkele andere plant, en zijn dus voor hun voortbestaan afhankelijk van brandnetels. Voorbeelden zijn de Atalanta, de Kleine vos, het Landkaartje en de Bruine snuituil.
Andere vlinders die van de Brandnetel als voedselplant houden (al is het voor deze niet de enige waardplant) zijn de Dagpauwoog, de Gehakkelde aurelia (een paar dagen geleden zag ik er drie in de bloeiende pruimenboom in het kippenhok), de Grote beer, de Koperuil en het Brandnetelkapje.

En dan is er nog een reeks kevers die je op de brandnetels vindt, zoals de Gladde brandnetelkever, de Groene brandnetelsnuittor, de Gekamde brandnetelsnuittor en de Viervlekbrandnetelsnuittor…

Serena vermeldde het al in haar blog, maar ik vind het het herhalen waard, dat brandnetels ook erg goede leveranciers zijn van textielvezels.
Al in het late Bronstijdperk werd neteldoek geweven, terwijl van vlas toen voornamelijk het zaad (lijnzaad) werd gebruikt als voedingsmiddel. Voor een vezel met zo’n lange geschiedenis moet het dan ook nauwelijks verbazing wekken dat het verwerkingsproces doorheen de eeuwen steeds verfijnder werd. Neteldoek werd in elke gewenste textuur geweven, van de meeste grove weefsels, zoals zakkengoed, touwen en zeildoek, tot het meest verfijnde tafellinnen. In Vlaanderen werd niet alleen heel fijn (vlas)linnen geweven, maar in oude Franse teksten werd ook de ‘Neteldoeck (sic) de Flandres’ om zijn hoge kwaliteit geroemd.

Tot ver in de 19de Eeuw hadden netels hun plaats in de tekstielnijverheid. Er is een tekstfragment bewaard van een man die geïdentificeerd wordt als ‘de dichter Campbell’ (maar waarover verder nauwelijks iets bekend is), en die in ergens in de laatste helft 19de, begin 20ste eeuw schreef:

In Scotland I have eaten nettles, I have slept in nettle sheets, and dinned off a nettle tablecloth. The young and tender shoots make an exellent potherb. The stalks of the old nettle are as good as flax for making cloth. I have heard my mother say that she thought nettle cloth more durable than any other species of linen.

Maar tegen het einde van de 19de Eeuw verloor netel terrein ten op zichte van vlas en hennep als textielvezel. Dat kwam niet zozeer omdat netel als minderwaardig werd beschouwd, maar omdat brandnetels een rijke bodem nodig hadden om te groeien, en de teelt daardoor duurder uitviel.
Nochtans won neteldoek in de eerste wereldoorlog terug wat aan populariteit, toen de katoenvoorraden slonken. In 1916 werd in Duitsland rond de drieduizend ton brandnetels verzameld om te verwerken tot legeruniformen.

Maar nu even naar het bekendere gebruik van Brandnetel… de keuken!
Vandaag werd op de kruidenmand-mailinglist de vraag gesteld naar middelen om wat extra ijzer binnen te krijgen… En iemand vroeg zich – allicht terecht af – of het feit dat haar ijzerspiegel in het voorjaar altijd hoger is dan in de winter, misschien ten dele samenhing met haar overvloedige consumptie van brandnetels.
En inderdaad bevatten brandnetels – zoals de meeste donkergroene bladgroenten – een behoorlijk gehalte aan ijzer, maar ook aan vitamine C en D, caroteen, calcium en nog wat mineralen. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld spinazie, is brandnetel op dit ogenblik al rijkelijk – en niet ‘geforceerd’ – voorhanden. (Trouwens: spinazie bevat inderdaad ook flink wat ijzer, maar is echt niet de ‘Popeye’-groente die men lang gedacht heeft… Op één of andere manier is op een bepaald ogenblik in een tabel met inhoudstoffen van groenten de komma in het ijzergehalte van spinazie een plekje naar rechts opgeschoven… en leek spinazie ineens 10 keer zoveel ijzer te bevatten als vergelijkbare bladgroenten… Niet dus!)

Natuurlijk kan je brandnetels bereiden als soep, maar je kan er nog veel meer kanten mee op…
Je stooft ze met uien, brengt op smaak met peper, zout en een snufje cayennepeper…
Je voegt ze toe aan stamppotten en stoofschotels, of in kruidenpannenkoeken…
Ik heb wel eens gehakte brandneteltoppen in een aardappelrösti verwerkt…

En eigenlijk ben ik heel nieuwsgierig om nog meer originele brandnetelrecepten te horen… Wie durft de uitdaging aan? (OK, als er minimaal twee recepten gepost worden, dan voeg ik daar nog een receptje aan toe ;-)!)

Smakelijk!