Inderdaad, het was mijn vaste voornemen om op zondag niet te bloggen…
Maar vrijdag heb ik overgeslagen… (wegens twee hele leuke dagen in Parijs…), en daarom vandaag een korte inhaalslag.
Vanmorgen was het weer hier even mooi als gisteren in Parijs, en dus ben ik toch al maar een keer mijn kruidentuin ingedoken… De ongewenste groeisels van de afgelopen winter verwijderen, en een beginnetje van de voorjaarsschoonmaak. De struikjes, zoals o.a. salie, worden een beetje gesnoeid zodat ze wat compacter blijven, de verdorde plantenresten van het vorige seizoen worden afgesneden en kleingeknipt. Die laat ik dan vervolgens ter plekke composteren. Sommige mensen vinden dat een rommelig gezicht, maar over een week of zes is een groot deel verteerd of verborgen onder de nieuwe groei, en ik vind het een beetje overbodig werk om alles eerst naar de composthoop te brengen, en vervolgens met compost te gaan mulchen…
Maar ik heb vooral ooievaarsbekjes gewied… In de loop van najaar en winter slaagt de zachte ooievaarsbek er jaar na jaar in, om te ontkiemen op elke plekje onbedekte grond, en in het voorjaar vormen de plantjes een tapijt tussen de andere planten, zowel in de kruidentuin als in de andere border voor het huis. En nu vind ik het best een mooi plantje, met de zachtbehaarde en zilverglanzende jonge blaadjes, en die rozerode bladsteeltjes, maar ‘trop is te veel en te veel is trop’.
Als je het blaadje rechts onder het centrum van het linkse plantje even goed bekijkt op de grote foto, dan is wel duidelijk waar de naam ‘zachte’ ooievaarsbek vandaan komt. Vooral in een jong stadium zijn bladeren en steeltjes van de plant met korte, zachte haartjes bedekt, en de blaadjes voelen dan ook fluwelig aan. ‘Ooievaarsbek’ slaat op de vorm van de zaadhulzen, maar op die te laten zien, daar is het nog even te vroeg voor.

De zachte ooievaarsbek heeft, voor zover ik het weet, geen medicinale waarde, werd ook in de volksgeneeskunde nooit gebruikt. Een paar andere ooievaarsbekken, zoals de Geranium sanguineum en vooral de Geranium maculatum, worden wel medicinaal toegepast, onder andere omwille van de adstringerende (samentrekkende) eigenschappen (looizuurgehalte).

Waarom het plantje in mijn tuin zo veel voorkomt, is mij een raadsel, maar blijkbaar voelt het er zich erg thuis. Ik weet dat sommige mensen zullen zeggen, dat het feit dat het zo veel in mijn tuin voorkomt, betekent dat het plantje mij iets te zeggen heeft, maar die opvatting past niet echt in mijn wereldbeeld. Menen dat een groeiseltje in de natuur daar voornamelijk staat als boodschap aan één mens, getuigt immers voor mij van een nogal antropocentrisch wereldbeeld: je gaat er dan van uit dat de mens het centrale punt is van de natuur, van de wereld, en dat de (rest van de) natuur er slechts is ten dienste van de mens… En daar voel ik me dus niet zo goed bij… Volgens mij zijn wij mensen slechts een onderdeel van de natuur, we staan er niet los van en wij zijn niet belangrijker dan welk ander onderdeel ervan (ook al spelen we wellicht op dit ogenblik een hele belangrijke, zij het destructieve rol in die natuur). Volgens mij is de kans dat de massale aanwezigheid van zachte ooievaarsbek in mijn tuin een bijzondere boodschap is voor mij, net zo groot als dat het een boodschap is voor bijvoorbeeld de grote bonte specht die tegenwoordig zo vaak de notenboom hier in de tuin komt inspecteren.

Straks nog even verder wieden…. Ook de Salvia officinalis ‘Berggarten’ mag nog een beetje worden gesnoeid, anders neemt die over een paar jaar de helft van de kruidentuin in….

Tot morgen….