De eerste echte lentedag van het jaar, weer dat uitnodigt tot rondlopen in de tuin, en dat je groene vingers doet kriebelen…
Liefst zou ik op zo’n dag lekker in de tuin aan de slag gaan. Maar ik houd mij in, en probeer mij voor te houden dat er, ondanks de zachte winter en de opwarming van de aarde best nog flinke nachtvorst kan komen. Dus ik breek de verdorde plantenresten van vorig jaar nog niet af, laat de tuin voorzichtig uit zichzelf ontwaken… (Ik verwijder trouwens nooit radicaal alle oude plantenresten: in de lente knip of breek ik wel de oude verdroogde stengels af, breek of knip ze in kleine stukjes en laat die ter plaatse vergaan.)

Maar een vriendin vroeg me een paar weken geleden of ik in haar tuin een kruidentuintje zou willen aanleggen… en mijn gedachten daarover laten gaan is nu net een ‘tuinkarweitje’ dat in deze tijd van het jaar wel kan.

Zelfs als je niet weet of je eigenlijk wel groene vingers hebt, of misschien net wanneer je nog nooit getuinierd hebt, is een kruidentuin een ideaal project om mee te starten:
Je kan volstaan met een hele kleine oppervlakte, in een ‘tuintje’ van een vierkante meter groot kan je al verschillende kruiden kweken, en bovendien zijn heel wat typische keukenkruiden hele makkelijke planten.
Roosmarijn, tijm, salie, lavendel… zijn in feite kleine struikjes, en vereisen nauwelijks onderhoud. Ja, om hun afmetingen wat binnen de perken te houden moet je ze regelmatig ‘snoeien’, maar je kweekte ze immers toch om ervan te gebruiken?
Andere goede ‘beginnerskruiden’ zijn winterharde vaste planten, zoals bieslook, marjolein en oregano, venkel, citroenmelisse, kleine pimpernel.

In de meeste tuincentra kan je deze planten als containerplantjes kopen, en dat betekent dat je ze eigenlijk het hele jaar door kan aanplanten, behalve als de aarde te hard bevroren is om te graven. Maar let op: als het tuincentrum in je buurt zijn plantgoed in een (gedeeltelijk) overdekte ruimte onderbrengt, zijn die planten daardoor toch beschermd tegen gure omstandigheden, en kan de schok van de overgang naar de volle grond toch wel even heftig zijn. Plant zo’n plantjes daarom bij voorkeur toch in een periode dat er wat zachter weer wordt aangekondigd.

Ren dus zeker niet hals-over-kop de deur uit naar het dichtsbijzijnde tuincentrum…

Kies eerst rustig het plekje uit waar je je kruidentuin gaat planten en maak de grond goed los. Je hoeft de bodem niet om te spitten, omwoelen met een grelinette of woelvork is eigenlijk ruim zo goed. Door de bodem los te woelen verbeter je de structuur en de drainage, en wordt de afbraak van organisch materiaal – dat voor voedingsstoffen zorgt – versneld.
Je moet voor het telen van kruiden de bodem niet extra te bemesten, integendeel een te voedselrijke bodem is voor heel wat (keuken)kruiden niet ideaal. Wel kan je compost toevoegen (Compost is een bodemverbeteraar, en geen bemester!). Maar zelf wacht ik in een nieuwe kruidentuin liever met het aanbrengen van compost. Na het omwoelen van de aarde laat je de bodem even rusten, en na een paar weken ga je met planten aan de slag. Vervolgens kan je compost aan brengen als mulchlaag….
(Ik wacht dus even met mulchen: Als je nu de bodem toedekt, kan de eerste lentezon de bodem niet gaan opwarmen!)

Tot een volgende keer….