wilde planten


herderstasje - bloeiwijze met bloemen en hauwtjes

Herderstasje – bloemen en vruchten
Foto: Fried Kampes ©.

Tja, een beetje later dan gepland…
Ik heb nog steeds behoefte aan een agenda van elastiek, je weet wel, zo één waar je activiteiten aan kan blijven toevoegen, zonder dat je het te druk krijgt…

Maar ik ging het toch over het Herderstasje hebben?
Ik vertelde in mijn verhaaltje over de naamgeving al, dat het herderstasje in het verleden ook wel bloedkruid werd genoemd, omwille van zijn samentrekkende eigenschappen en het daaruit volgende gebruik bij bloedingen. En ook tegenwoordig wordt het herderstasje vooral gebruikt bij bloedingen. Het kruid wordt onder andere toegepast bij inwendige bloedingen zoals menoragghieën (overvloedig menstrueel bloedverlies) en metroragghieën (baarmoederbloeding die geen verband heeft met de menstruele cyclus), maar ook bij uitwendige bloedingen zoals een bloedneus of bloedend tandvlees. En in het verleden was het vertrouwen in de bloedstelpende kwaliteiten van het herderstasje wel heel groot. Men geloofde dat een bloeding uit het rechterneusgat gestopt kon worden door een herderstasjes-plant in de linkerhand te houden en omgekeerd.
Daarnaast heeft het herderstasje net zoals bijvoorbeeld meidoorn een regulerend effect op de bloeddruk: het verlaagt een te hoge, en verhoogt een te lage bloeddruk. (Maar gebruik het kruid bij de behandeling van bloeddrukproblemen enkel onder dokterstoezicht!) Ook stimuleert het de bloedsomloop, en kan daarom een toepassing krijgen bij spataderen en zware benen als gevolg daarvan.
Het herderstasje is vochtafdrijvend, en een urinair antisepticum, maar dit zijn zeker geen belangrijke indicaties van het kruidje.

Er zijn weinig bijwerkingen of contra-indicaties bekend voor het herderstasje, maar het gebruik wordt ontraden tijdens de zwangerschap omdat het eventueel contracties kan opwekken. (Na de bevalling kan het dan wel weer nuttig zijn, bv bij post-partum bloedingen.)
Net zoals bij veel andere kruiden is wel enige voorzichtigheid geboden bij de combinatie met bepaalde geneesmiddelen. Zeker wanneer je medicijnen gebruikt tegen hartritmestoornissen, bepaalde plaspillen, digitalis-preparaten en theophylline (gebruikt bij asthma) moet je met je arts overleggen. Theoretisch kan er ook interactie zijn tussen herderstasje en medicijnen gebruikt bij de behandeling van lage bloeddruk, of bij MAO-remmers (een bepaald soort, relatief weinig gebruikte anti-depressiva. Als je deze antidepressiva gebruikt zal je steeds gewaarschuwd worden dat je geen voedsel mag gebruiken dat tyramine bevat, zoals noten en oude kaas. Ook herderstasje bevat een beetje tyramine, maar die hoeveelheid zal over het algemeen verwaarloosbaar zijn.)
Ik wil met deze laatste toevoeging, over problemen bij het combineren van kruiden met geneesmiddelen, geen paniek zaaien, maar er wel even op wijzen dat wanneer kruiden gebruikt worden omwille van hun medicinale werking (en je dus over het algemeen dagen lang hetzelfde kruid gebruikt), je er toch rekening mee moet houden dat je niet altijd straffeloos kruidengeneesmiddelen en andere geneesmiddelen door elkaar mag gebruiken. ‘Natuurlijk’ betekent niet perse onschadelijk.
Vooral mensen die bloedverdunnend middelen gebruiken moet zich goed realiseren dat veel kruiden (niet het herderstasje) niet goed samengaan met die medicijnen, en dat ze als ze kruiden toevoegen aan hun bloedverdunners, ze hun arts daarvan op de hoogte moeten brengen en eventueel hun bloedstolling extra moeten laten controleren!

Capsella bursa-pastoris - herderstasje

Capsella bursa-pastoris – herderstasje
Foto: AnneTanne.

Maandag kondigde ik al aan dat ik wat meer zou vertellen over de etymologie van het herderstasje. Maar moet ik eigenlijk nog iets vertellen over de herkomst van de naam van dat woord? Het is zo’n algemeen bekend verhaal: De driehoekige hauwtjes van het plantje lijken heel erg op de tas waarin een herder zijn spulletjes met zich meedroeg. En die tas lijkt wel een heel erg universeel model te zijn geweest, want naast het Nederlandse herderstasje en het Engelse Shepherd’s purse, zijn er het Duitse Hirtentäschelkraut en het Franse capselle bourse-à-pasteur of gewoon bourse-à-pasteur. En inderdaad, ook het ‘bursa-pastoris’ in de botanische naam is letterlijk ‘tas van de herder’. In ‘Capsella’ herken je ‘capsule’, en inderdaad betekent het iets als omhulseltje, doosje.

Ook een heleboel andere volksnamen verwijzen naar de vorm van de hauwtjes: beursjeskruid, tasjes, tasjeskruid, taskruid, tassen…. elders is het moederstasje of zakjesbloem. Dodoens kent het plantje als Teskenscruyt en Borsekenscruyt (beursjeskruid).
In de Middeleeuwen zou het kruid hier ook bekend geweest zijn als Bloedkruid, omwille van de samentrekkende eigenschappen van de plant (daarover volgende keer meer). Die naam vind je ook terug bij Hildegard von Bingen, die het ‘Blutwurz’ noemt.
In heel wat streken bestaan volksnamen die verwijzen naar de ‘lepeltjes’vorm van de hauwtjes (is het overdreven romantisch als ik er veel liever een herderstas in zie?), zoals lepelaar, lepelblad, lepeltjeskruid… Ook wordt wel eens gesproken van lepels-en-vorken (waarbij de lange vruchtentros de vork zou voorstellen).

Engelse volksnamen zijn onder meer shovelweed, Lady’s purse, witches pouches, pickpocket, mother’s heart, case weed, St James’ wort, rattle pouches, pepper-and-salt, clappedepouch, pickpurse, poor-man’s permecetty, toywort, shepherd’s sprout…
Een beetje uitleg bij een paar van die namen…
Ik vermoed dat ‘pepper-and-salt’ verwijst naar het gebruik van het gemalen zaad als condiment (zie ook mijn vorige post over herderstasje).
Clappedepouch is een Ierse, rattle pouch een Engelse benaming, die verwijzen naar enerzijds de ratel (clapper, rattle), anderzijds de op een lange stok bevestigde bedelnap (pouch) die bedelaars bij zich hadden.
Het Engelse pickpocket/pickpurse (zakkenroller), het Duitse Beutelschnittler (beurzensnijder) en het Friese Sekkedief zouden slaan op het feit dat het een akkeronkruid is dat (dus) de boer besteelt.
Poor man’s permecetty (of pharmacetty), armeluisapotheek, wijst natuurlijk op het medicinaal gebruik….
Er bestaan/bestonden in onze contreien heel wat kinderspelletjes (vooral plaagspelletjes – hé, dat is ook een idee voor een blogje…) met herderstasje. Allicht bestonden die elders ook, en het Engelse toywort getuigt daarvan.

Tot kletsens…

Herderstasje - capsella-bursapastoris

Capsella bursa-pastoris – Herderstasje
Foto: AnneTanne.

Deze week zet ik het herderstasje even voor het voetlicht…
De naamgeving en de medicinale werking komen later in de week aan bod, vandaag wil ik iets vertellen wat maar weinig bekend is.
Dat onschuldige kleine plantje, dat de meesten van ons al kennen van in onze kinderjaren, dat plantje… is een vleeseter!
Nee, geen veelvraat zoals de zonnedauw, die mugjes en kleine vliegjes verorbert, het herderstasje doet het letterlijk ondergronds…
Op welk punt in de evolutie het gebeurd is, is niet bekend. Wellicht dat door een of andere oorzaak de bodem waarop de voorvaderen van het plantje groeide snel in voedselrijkdom achteruitging, wellicht door kaalslag na een doortocht van plantenverslindende dinosaurussen en daaropvolgende erosie… En toen was er die ene stap in de evolutie… een gelukkige mutatie, die voortaan de kiemende zaadjes voorzag van wat meer voedsel:
De zaadjes van het herderstasje scheiden in de bodem een kleverige zoete substantie af, die micro-organismen die in de grond aanwezig zijn naar zich toe lokken. Die worden gevangen in de substantie en sterven er, waarna de inhoudsstoffen door de kiemende zaden worden opgenomen en de plant tot ontwikkeling komt.

Herderstasje is, zoals alle leden van de familie van de kruisbloemigen, een eetbare plant, maar echt smakelijk durf ik haar niet noemen. Toch wordt het al heel lang beschreven als een wilde plant die als groente kan gebruikt worden (‘a potherb’, zoals de Engelsen het noemen), en dat, net zoals bv paardenbloemblad, aan voorjaarsslaatjes kan worden toegevoegd. Ik vond zelfs een boek, waarin de gedroogde en gemalen zaadjes (één plant produceert er tot 40.000!) als kruiderij beschreven worden. Ik moet toegeven dat ik dit zelf nog niet heb uitgeprobeerd.

Overigens, in mijn tuin groeit erg weinig herderstasje… Vorig jaar heb ik er een keer lang naar gezocht, en uiteindelijk een paar plantjes gevonden. Dit jaar schoot er dus wel een plantje op (zie foto) in een voeg tussen een paar kasseien. Wellicht dat mijn tuin over het algemeen te ‘begroeid’ is om het een aantrekkelijk biotoop voor het plantje te maken. Net zoals alle éénjarigen heeft het toch liefst even wat kale grond om te kunnen ontkiemen….



Fragaria vesca – bosaardbei
Originally uploaded by AnneTanne.

Jawel hoor… de eerste bosaardbeitjes in de tuin bloeien al (net zoals trouwens de eerste meidoornbloemetjes!).
Ik denk dat iedereen het met me eens durft zijn, dat die bosaardbeitjes toch eigenlijk veel meer smaak hebben dan hun reusachtige soortgenoten uit de supermarkt (vooral als die – allicht nog niet helemaal rijp – ergens ver weg geplukt zijn en hier zijn ingevoerd in een seizoen dat je helemaal geen aardbeien hoort te eten.)
Bosaardbeitjes zijn trouwens ook rijker aan vit. C dan ‘gewone’ aardbeien, tot 100 mg per 100 g vruchtvlees, tegenover maar een derde daarvan in de grotere. Daarnaast zijn aardbeien rijk aan mineralen, vooral ijzer, calcium, fosfor, kalium en jodium, en nog wat vitamine B en K.
Ik zou het heel plezierig vinden, als er een boel te vertellen zou zijn over de geneeskrachtige eigenschappen van het aardbeitje, maar eigenlijk speelt het zelden een hele prominente rol, het blijft bescheiden aanwezig…

Eén van de inhoudstoffen van aardbeiblad is looizuur, en het kruid wordt dan ook wel eens toegepast in infusie bij diarree en andere maag-darmproblemen. Ook in ‘vrouwenthee’s’ wordt het kruid wel eens toegepast. Maar eigenlijk is de medicinala werking van aardbeiblad weinig onderbouwd, en daarom zou ik suggereren om het niet als belangrijkste kruid in een infusie toe te passen, maar vooral als een ‘extraatje’, dat een goede smaak aan het drankje kan geven, en wellicht de werking van de overige kruiden nog wat verder ondersteund.
Cosmetisch kan de thee van het jonge blad gebruikt worden als een reinigingslotion, vooral voor de wat vettere huid.

Regelmatig vind ik de suggestie (zoals ook soms ook voor frambozenblad) om de blaadjes te laten gisten vooraleer ze als thee te gebruiken. Daarvoor laat je de jonge blaadjes na het plukken eerst wat verwelken, waarna je ze met een deegrol kneust. Ze worden dan stevig in een theedoek gerolt en 36 uur met rust gelaten. Het blad wordt dan donkerder en ontwikkelt een veel intenser aroma. Ik zou het leuk vinden om te horen of iemand hier al ervaring mee heeft?
Ik ga morgen in elk geval wat blaadjes plukken, en probeer het dan even uit.

Een maand geleden schreef ik al een stukje over Hondsdraf, maar ik gaf toen al aan dat ik nog veel meer over dit plantje te vertellen had…
In ‘Planten met een verhaal’ van Tjeu Leenen vond ik, dat in sommige streken in Oost-Nederland de hondsdraf ‘Oelkenblatties’ wordt genoemd. Volgens de auteur verwijst Oelken naar een aardgeest, en hij legt een verband met de Duitse volksnaam ‘Gundermann’. Gund legde ik in het vorige stukje al uit, het ‘mann’ zou ook naar (goedaardige) aardgeesten, aardmannetjes. Die aardmannetjes haalden hun krachten uit de energie die was opgeslagen in planten die in de buurt van menselijke bewoning groeiden. Deze verklaringen vind ik voorlopig nergens bevestigd, en ik geef ze dus voor wat ze waard zijn.

Nog in Duitsland was hondsdraf traditioneel één van de kruiden die gebruikt werden voor de ‘Gründonnerstagsuppe’, een soep die traditioneel werd gegeten op Witte Donderdag (de donderdag voor Pasen, in het Duits ‘Grüner Donnerstag’). Dit gebruik zou al uit de Germaanse tijden stammen, en – zoals wel meer gebruiken uit die tijd – wegens zijn onuitroeibaarheid tenslotte gekerstend zijn. In de christelijke traditie verwees vervolgens de lichtbittere smaak van de soep naar de bitterheid van het lijden van Christus in de Goede Week (de week voor Pasen).
Helemaal dood is die traditie trouwens nog niet. Al googlend op ‘Gründonnerstagsuppe’ vond ik verschillende verenigingen en organisaties die in de Goede Week gezamelijk zo’n soep bereiden, al dan niet voorafgegaan door een kruidenwandeling in groep om de kruiden te verzamelen.
De Gründonnerstagsuppe was een kruidensoep op basis van negen (een magisch getal) verschillende voorjaarskruiden. Het staat niet precies vast welke kruiden je moet gebruiken, laat dat gewoon afhangen van wat er in je buurt groeit, maar vrijwel alle recepten vermelden hondsdraf. Op de website ‘Pflanzen zeigen Wirkung’ staan verschillende suggesties, maar voor wie het Duits onvoldoende machtig is vertaal ik er hier één.

Eenvoudige witte-donderdagsoep

  • volkorenmeel
  • een mengeling van volgende kruiden: paardenbloemblad, vogelmuur, brandnetel, zevenblad, hondsdraf, duizendblad, weegbree, loof van knoflook of daslook, madeliefjes-bloemetjes

Roer per persoon één eetlepel volkorenmeel met wat water glad. Voeg per persoon een kop water toe en breng aan de kook. Laat de gewassen en fijngesneden kruiden vijf minuten meekoken. Breng op smaak met peper en zout indien gewenst, en voeg eventueel een klontje boter toe.

Witte-donderdagsoep voor fijnproevers

  • Een kom met (negen verschillende) verse kruiden, bijvoorbeeld brandneteltoppen, hondsdraf, peterselie, (Roomse) kervel, duizendblad, waterkers, rapunzel, madeliefjes, paardenbloemblad, zuring, weegbree…
  • 1 ui
  • boter
  • 1 liter groente- of vleesbouillon
  • 2 eidooiers, door 1/8 liter room geklopt
  • 2 eiwitten

De fijngehakte ui samen met de groenten in de boter fruiten tot de groenten slinken. De hete bouillon toevoegen en een kwartiertje laten sudderen. De soep dan mixen en/of door een roerzeef wrijven.
Opnieuw terug kort verhitten, en met peper en zout op smaak brengen. Van het vuur nemen en de eierroom toevoegen.
De soep garneren met het eiwit dat kort geroerbakt is, en met wat achtergehouden en fijngesnipperde kruiden, eventueel wat madeliefjes.

Hildegard von Bingen beschreef reeds de kracht die in het voorjaar alles weer groen doet worden:

Kein Baum grünt ohne Kraft zum Grünen.
Kein Stein entbehrt der grünen Feuchtigkeit.
Kein Geschöpf is ohne diese besondere Eigenkraft:
die lebendige Ewigkeit selbst ist nicht ohne Kraft zum Grünen.

Volgende week is het Witte Donderdag… Ik zou voorstellen: maak in deze periode inderdaad eens een keer een kruidensoepje klaar, en ervaar de door Hildegard von Bingen beschreven ‘Kraft zum Grünen’
Smakelijk!

Volgende pagina »

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.